Op de tweede zondag in het nieuwe jaar toog ik richting Utrecht. Om in het Centraal Museum de laatste landelijke tentoonstelling over 100 jaar De Stijl te bezoeken. Opgericht in 1917 was 2017 een jaar van herdenking en aandacht voor overzicht. In Leeuwarden, Arnhem en Winterswijk zag ik tentoonstellingen over De Stijl, op de valreep kan ik daar nu Utrecht aan toevoegen. De tentoonstelling Bye bye De Stijl liet kunstwerken zien geïnspireerd door de beweging, als voorbeeld, als reactie of als persiflage.

Rob Voerman, Rietveld House, 2012

In ruimte 7 bevond zich het meest duidelijke statement van de tentoonstelling: het Rietveld-Schröderhuis in staat van ontbinding, met gebruik van de kleur groen. Een door De Stijl absoluut verboden kleur. Rob Voerman maakte het object van hout, kunsthars, plexiglas, staal en verf.

In dezelfde ruimte stonden door Gerrit Rietveld gemaakte stoelen. De bekende Rood Blauwe stoel, de Militaire stoel, de Militaire kruk, de Zigzag stoel en de Berlijnse stoel. Alleen de Rood Blauwe stoel zat lekker. Rietveld maakte hem in 1918-1919 met zijpanelen en in een blanke versie. In 1923 vervielen de zijpanelen en kreeg de stoel zijn primaire kleuren zwart, geel, rood en blauw.

Gerrit Rietveld, Stoel in eerste versie, 1918-1919

In ruimte 6 liet Barbara Visser haar dubbele Berlijnse stoel zien. Mary Heilmann toonde twee op Rietveld gebaseerde stoelen. Mooi gedaan, strak en interessant van opbouw. En met enige handigheid zelf te maken.

Barbara Visser, Loveseat, 2001
Mary Heilmann, Rietveld Remix #1 (2004-2008) en #2 (2012)

In de rest van het museum bezocht ik de expo De wereld van Utrecht. In het restaurant sloot ik af met koffie. Zwart en heet. En heel veel kinderen met hun ouders, uit het Nijntje Museum. De lampen aan het plafond waren prachtig.

De tentoonstelling Bye bye De Stijl loopt nog tot en met 4 maart 2018 in het Centraal Museum te Utrecht. Alle foto’s maakte ik zelf, behalve de tweede.

Advertenties