Ik heb een afspraak op Moscowa. Op een doordeweekse ochtend. Maar ik kom er niet om te begraven of te cremeren. Ik kom er voor de flora, fauna en de goede verhalen. Op het hoogste punt van Arnhem!

Op de parkeerplaats aan de Waterbergseweg tref ik Rudi Gies, medewerker algemeen onderhoud en beheer bij de gemeente Arnhem. We bevinden ons niet ver van het hoogste punt van Arnhem en omstreken. ‘Veel mensen denken dat dit Hoogte 80 is, maar deze bult ligt toch echt nog zeven meter hoger. Door de hoogte is de grond hier erg droog en verschraald, het is eigenlijk één grote zandloper. Aan de andere kant is dat wel makkelijk bij het begraven: je kunt vijf tot tien meter diep steken zonder grondwater tegen te komen. Voor de vegetatie heeft die droogte ook weer zijn gevolgen maar daar kom ik zo wel op.’

Porseleinen duifjes

Net voordat we de begraafplaats willen opgaan luidt de klok bij de ingang. Eén van de 250 begrafenissen die hier jaarlijks plaatsvinden gaat beginnen. We kiezen zorgvuldig onze route. ‘Van de jaren zestig tot begin jaren negentig had je hier te maken met onderhoudscontracten. Er was maar een beperkt aantal grafmonumenten te kiezen, met allemaal dezelfde maat. Sinds dat is losgelaten zie je veel meer diversiteit. Alle soorten materiaal mogen gebruikt worden, je ziet nu alles: van cortenstaal tot glas, van versteend hout tot brons. Interessant zijn de trends rondom het begraven. Kijk, hier heb je nog een porseleinen duifje op een steen, dat is echt jaren vijftig en zestig. In de jaren zeventig had je weer veel coniferen en bielzen. Veel coniferen zijn inmiddels weggehaald maar dit is nog een exemplaar van 23 meter, de Cupressocyparis leylandii.’

Omdat alles blijft staan – tenzij een graf geruimd wordt – krijg je een mooi tijdsbeeld vertelt Rudi Gies: ‘Straks zal je ergens urnen zien staan in van die H-vormige betonblokken. Daar kon je in de jaren tachtig met een roostertje ook op barbecueën. De laatste trend is die van de kiezelstenen op of bij het monument. Een traditie die is overgenomen van het Joodse begraven. En ik weet niet precies wie ze neerlegt, maar opeens liggen er altijd weer een aantal meer.’

Vleermuizenparadijs

In het oude algemene deel wordt op 28 mei een insectenhotel geopend. ‘We maken een mooie constructie van hout en steen, met gaten, bamboe en rietstengels. Voor allerlei insecten. In het stuk verderop hebben we dit voorjaar 43.000 planten neergezet, ook met het oog op die insecten. Zoals Hedera helix en Diervilla sessilifolia voor de bijen en wespen, en Verbena bonariensis voor de vlinders. Zo kun je door veel zaken de flora en fauna beïnvloeden, soms ook door juist niets te doen. Bijvoorbeeld door het blad tussen de struiken gewoon te laten liggen. Zo bouw je een humuslaag op, ga je de verschraling tegen en kan er weer meer groeien.’ Rudi vertelt dat er in het oude gedeelte veel dieren verblijven: ‘Uilen, boomklevers, bunzingen, hermelijnen, vossen en een enkele das. De grafkelders zijn een paradijs voor vleermuizen.’

We nemen ook een kijkje in het katholieke deel van de begraafplaats. ‘En je mag het gerust een park noemen. De insteek tegenwoordig is veel meer het plaatsen van monumenten in de mooie omgeving. Terwijl het vroeger juist omgekeerd was: het begraven kwam op nummer één en de omgeving was daarop een aanvulling.’ Nadat we nog de wilde bosaardbei, lelietjes-van-dalen, machinaal gemaakte grafstenen en een poeltje met water (!) hebben gezien, waagt Rudi zich aan een voorspelling: ‘Het zou me niets verbazen als we tijdens een warme zomer hier de eerste hagedissen gaan zien. Met een beetje goede prairiebeplanting en handig maaibeheer staat er dat echt aan te komen.’

Dit artikel verscheen gisteren in de laatste versie van de Nieuwe Arnhemse Krant (NAK) snik snik. De foto’s maakte ik zelf, de redactie bedank ik voor alle plaatsingen. Moscowa is dagelijks geopend, in het theehuis bij de oude ingang is het boekje ‘Wandelen op Moscowa’ te koop. Maar zonder boekje lukt het ook!